
Leuk je te ontmoeten! Mijn naam is Masha Alexandra van der Heyde. Zolang ik me kan herinneren schrijf ik. Crime Passionnel is mijn vijfde boek, maar het eerste waarin ik schrijf over mijn eigen familie.
Mijn Russische achtergrond heeft altijd deel uitgemaakt van wie ik ben. Mijn zus en ik werden gedoopt in de Russisch-orthodoxe kerk aan de Rue Daru in Parijs, waar mijn familie naartoe ging als we onze tante Katya en oom Volodja bezochten. In hun kleine Franse appartement klonk altijd de Russische radio. Toch kwamen mijn gevoelens voor Rusland vooral door mijn grootmoeder: Lydia Kamendrovskaya.
Na haar leven in Rusland, Berlijn en Parijs verhuisde mijn grootmoeder met haar Nederlandse man naar Nederland, waar ze drie kinderen kregen. Toen haar man jong overleed, had ze terug naar haar familie in Parijs kunnen gaan, maar ze koos ervoor hier te blijven. Het was hier niet altijd makkelijk als buitenlander, maar ik denk dat ze op haar eigen manier gelukkig was. Na alles verloren te hebben wat haar ooit dierbaar was – in Rusland en later opnieuw in Berlijn – vond ze in Nederland een nieuw thuis.
Ik herinner me haar nog goed in Leeuwarden: de foto van de tsaar aan de muur, haar iconen in de hoek, haar sterke Russische accent met rollende r’s. Ze verliet het huis nooit zonder haar hoed – haar 'ghoed', zoals ze het uitsprak. Als mijn moeder klaagde over haar koude handen, antwoordde ze met een glimlach: “Koude ghanden, maar een warm ghart.” Eten werd altijd gedeeld. Zelfs als je beleefd weigerde, werd het nog drie keer aangeboden. En dan waren er haar Friese bewonderaars, oudere heren die door haar charme betoverd waren en haar meenamen voor de thee in kleine theepaviljoens aan het water.
Toen kwam de Alzheimer. Na een periode van verwarring leefde ze steeds meer in haar herinneringen aan Rusland. Ze vergat haar Nederlands en sprak alleen nog Russisch. Als mijn vader Nikolai op bezoek kwam, lichtte haar gezicht op en zuchtte ze: “Broer Dmitry! Wat heb ik naar je gezocht!” Ze stierf op 23 mei 1991, tweeëndertig jaar na haar man.
De nostalgie van mijn grootmoeder, haar heimwee naar een Rusland dat niet meer bestond, leefde voort in haar zoon (mijn vader), de filmregisseur Nikolai van der Heyde (en ook in mij). Hij sprak Russisch, ging als kind naar Russische zomerkampen in Parijs en voelde zich soms meer Rus dan Nederlander. In het leger werkte hij bij de inlichtingendienst, met als taak om Nederlanders te laten begrijpen “hoe Russen denken”. Iets waar hij met veel plezier zijn eigen invulling aan gaf. Daarna volgde hij zijn hart en ging naar de Filmacademie.
Crime Passionnel is mijn eerbetoon aan hen. Aan mijn grootmoeder Lydia en mijn vader Nikolai, die me leerden dat herinneringen nooit echt verdwijnen. Hun dromen en verhalen leven in mij voort.