Inhoudsopgave
De Bozarjants
Nikogos Bozarjants
Nikogos Hovhannes Bozarjants was een West-Armeense ondernemer die in 1858 in Tbilisi een grote tabaksfabriek oprichtte, genaamd Sympathy. Hij haalde grondstoffen van hoge kwaliteit uit Turkije en produceerde luxe sigaretten. Bozarjants was een leverancier van groothertog Nikolaj Michajlovitsj.
In 1889 ontving hij op de Kaukasische tentoonstelling voor landbouw- en industriële producten een gouden medaille voor zijn superieure tabak en sigaretten. Hij groeide uit tot de toonaangevende figuur in de tabaksindustrie van de hele Kaukasus.

Dit werd met succes voortgezet door zijn zonen Hovhannes en Arshak, die het bedrijf “N.O. Bozarjants en zonen” oprichtten. Nikogos en zijn vrouw, Ekaterina Grigorevna, hadden drie zonen; Hovhannes, Michail en Arshak. Zij waren de eersten in Tbilisi die een auto bezaten, een exemplaar uit Parijs, mét chauffeur.
Een jaar lang genoten de Kamendrovsky’s van de gastvrijheid van hun kleinzoon, eveneens Nikogos genaamd, de zoon van Michail, in hun prachtige huis aan de Gudovitsjstraat 12 (tegenwoordig Chonkadzestaat). Het huis was gebouwd tussen 1912 en 1914 en won in 1915 een architectuurprijs voor de mooiste gevel in een wedstrijd van het stadsbestuur. Volgens de overlevering gooiden de rijkste inwoners van de stad bij het leggen van de fundering sieraden uit hun rijtuigen in het beton voor geluk.
Maar geluk brachten ze niet. In 1921 werd het bedrijf Bozarjants en Zonen genationaliseerd, en hun sigaretten, die Sympathy heetten, werden voortaan verkocht als Prima-tabak. Dankzij de moderne machines die de familie Bozarjants had geïnstalleerd, konden de Sovjets hun hoogwaardige sigaretten blijven produceren.
De partij- elite trok in het huis. Nikogos jr. en zijn moeder, Varvara, mochten één kamer bewonen, op de derde verdieping, helemaal aan het einde van de gang.
Een van de nieuwe bewoners van het huis was de bolsjewiek Aleksandr Gegechkori, aan wie al het kostbare meubilair van de familie Bozarjants werd toegewezen: hun piano, het met parelmoer ingelegde kamerscherm, de schatten uit de Perzische kamer en nog veel meer. Elke donderdag kwamen mensen bij Gegechkori bijeen om lotto te spelen, en moeder Varvara miste geen enkele avond — het was haar enige gelegenheid om nog eens te zitten op meubels die ooit van de familie waren geweest. Zijn naam staat nog altijd gegraveerd op een plaquette naast de deur.
Nikogos, ondanks zijn uitstekende opleiding, werkte als taxichauffeur. Hij reed vaak met de kinderen uit de buurt rond in zijn taxi. Veel van hun sieraden hadden ze weten te verbergen, en als het financieel moeilijk werd, verkocht Varvara telkens weer een nieuw stuk. Nikogos verdiende niet veel, maar hij hield één familietraditie in ere: ze bleven wekelijks in een restaurant eten.
Nikolai Shatiloff

( 1849 – 1919 )
Vader van generaal Pavel Shatiloff. Hij was generaal bij de infanterie van het Russische keizerlijke leger en lid van de Staatsraad.
In 1917 ging hij met pensioen en vertrok naar Tiflis, waar hij een groot huis bezat aan Baryatinskajastraat 8. Het lag op de afdaling van de Golovinsky Prospekt (nu Roestavelilaan) naar de rivier de Koera. Voordat Shatiloff er introk, was het huis eigendom van prins Andrej Ivanovitsj Bariatinski.
Alexander Melik-Azaryants

(1847 – 1923)
Alexander Melik-Azaryants was koopman van de Eerste Gilde en eigenaar van olievelden. Hij stond bekend als een man die niet alleen rijk, maar ook gul was. Hij was lid van het bestuur van een liefdadigheidsorganisatie en spaarde geen moeite of geld voor de bouw van ziekenhuizen, scholen en kerken.
Hij liet een groot appartementsgebouw bouwen ter nagedachtenis aan zijn vroeg overleden dochter Takuy. Aan het begin van de twintigste eeuw beschikte het over eigen elektriciteit en watervoorziening, een verwarmingssysteem, telefoonnetwerk, kleuterschool, bioscoop, fotostudio, kunstgalerie en een tuin met fontein en exotische planten.

Wat het lot van Alexander Melik-Azaryants betreft: in tegenstelling tot andere miljonairs die wisten te emigreren, bleef hij in Tiflis. Zijn huis werd genationaliseerd, en hij kreeg een kamer toegewezen onder de trap, in de ingang van zijn eigen huis. Hij stierf in armoede en werd begraven met geld dat zijn vrienden hadden ingezameld.
Giorgi Svanidze
Georgische klasgenoot van broer Feodor, eerste liefde van Lydia.
Mysticus George – George Ivanovich Gurdjieff

(14 januari 1872 – 29 oktober 1949)
George Ivanovich Gurdjieff (Georgi Ivanovitsj Gurdzjijev) was een mysticus, filosoof, spiritueel leraar en componist van Armeense en Griekse afkomst. Gurdjieff leerde zijn volgelingen dat de meeste mensen onbewust leven in een toestand van ‘wakende slaap’, en dat alleen wie ontwaakt tot een hoger bewustzijn zijn ware potentieel kan bereiken.
Tijdens de Revolutie richtte hij in Jessentoeki een tijdelijke studiegemeenschap op, van het voorjaar van 1917 tot begin augustus 1918. Vervolgens verhuisde hij naar Majkop, Sotsji en Poti, en daarna naar Tbilisi. Eind mei 1920 veranderden de politieke omstandigheden in Georgië en viel de oude orde uiteen. Net als de familie Kamendrovsky reisde hij naar Batoemi aan de Zwarte Zeekust en voer per schip naar Istanboel, waar hij enige tijd verbleef. In 1936 vestigde hij zich in Parijs, waar hij de rest van zijn leven zou blijven.
Thomas Alexandrovich de Hartmann

(21 september 1885 - 28 maart 1956)
Een Russische componist en vooraanstaand leerling en medewerker van George Gurdjieff. Thomas de Hartmann was afgestudeerd aan het Keizerlijk Conservatorium voor Muziek. Hij studeerde compositie bij drie van de grootste Russische componisten van de negentiende eeuw: Nikolaj Rimski-Korsakov, Anton Arenski en Sergej Taneyev. In 1907 werd zijn ballet De Roze Bloem opgevoerd in de Keizerlijke Opera. De tsaar was zo onder de indruk dat hij De Hartmann persoonlijk vrijstelling van militaire dienst verleende.
De Hartmann was al een gevierd componist in Rusland toen hij Gurdjieff in 1916 in Sint-Petersburg ontmoette. Van 1917 tot 1929 was hij leerling en vertrouweling van Gurdjieff. In die periode, aan Gurdjieffs Instituut voor de Harmonieuze Ontwikkeling van de Mens nabij Parijs, schreef De Hartmann een groot deel van de muziek uit die Gurdjieff verzamelde en gebruikte voor de bewegingsoefeningen van zijn organisatie.
In 1951 verhuisden De Hartmann en zijn vrouw van Frankrijk naar de Verenigde Staten. Hij overleed op 28 maart 1956 in New York.
Nikolai Nikolayevich Tcherepnin

(3 mei 1873 - 26 juni 1945)
Een Russische componist, pianist en dirigent. Hij werd geboren in Sint-Petersburg en studeerde bij Nikolaj Rimski-Korsakov aan het conservatorium van Sint-Petersburg. In 1918 werd hij uitgenodigd om de functie van directeur op zich te nemen van het Nationaal Conservatorium van Tbilisi, de hoofdstad van de Democratische Republiek Georgië.
Na de bolsjewistische machtsovername in Georgië in 1921 verhuisde hij naar Parijs, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen. In Frankrijk werkte hij samen met Anna Pavlova en haar balletgezelschap als componist en dirigent (1922–1924) en maakte hij concertreizen door Europa en de Verenigde Staten. In 1933 beëindigde hij zijn concertcarrière wegens verslechterend gehoor.
In 1925 richtte hij het Russisch Conservatorium in Parijs op, waarvan hij meerdere jaren directeur was (1925–1929 en 1938–1945). In 1926 werd hij lid van het bestuur van de uitgeverij Belyayev, waar hij later, van 1937 tot aan zijn dood in 1945, president van werd.
Meer informatie over zijn zoon.
Giorgi Kvinitadze

(21 augustus 1874 - 7 augustus 1970)
Een Georgische militair die opklom van officier in het Russische keizerlijke leger tot opperbevelhebber van de Democratische Republiek Georgië. Hij hielp bij de oprichting van een militaire school in Tiflis en diende daar als commandant, voordat hij in mei 1920 opnieuw werd benoemd tot opperbevelhebber van het Georgische leger, toen de bolsjewieken een staatsgreep probeerden te plegen.
Toevallig was hij ter plaatse toen de bolsjewieken de militaire school aanvielen als opmaat tot een staatsgreep. Kvinitadze bood samen met zijn cadetten felle tegenstand en wist het gebouw met succes te verdedigen. Enkele dagen later leidde hij het Georgische leger en wist hij een poging van de Sovjet-Russische troepen om vanuit Azerbeidzjan binnen te dringen, af te slaan.
Na de sovjetisering van Georgië ging Kvinitadze in ballingschap in Frankrijk, waar hij zijn memoires schreef over de gebeurtenissen in Georgië tussen 1917 en 1921.
Sasha Gegechkori

(23 november 1887 - 7 juni 1928)
Sovjetstaatsman en partijactivist, lid van de revolutionaire beweging in de Kaukasus. Hij woonde in het huis van de familie Bozarjants nadat het was genationaliseerd. In 1928 pleegde hij zelfmoord.